Vijf jaar arts, een terugblik

Vandaag vijf jaar geleden was het na ruim zes jaar studie eindelijk zo ver. Ik mocht de eed afleggen, ik mocht het felbegeerde artsendiploma in ontvangst nemen. Ik mocht mij registreren als arts. Dat was tot dan toe het mooiste moment in mijn leven. Wat is er veel veranderd sinds die tijd. Als je me vijf jaar geleden had gezegd dat ik zou zijn waar ik nu ben en zou doen wat ik nu doe, had ik je voor gek verklaard. Hier volgt een korte terugblik.

December 2007…

Het enige lichtpuntje in 2007, naast mijn artsendiploma, was de geboorte van mijn tweede neefje. Dat hij krap een jaar later ringdrager zou zijn op mijn bruiloft, had ik nooit verwacht. Maar laten we niet op de zaken vooruit lopen. 2007 was voor mij geen leuk jaar. Na een verbroken relatie moest ik terug naar mijn ouders. Ik ben blij dat ik terug mocht komen, maar na 6 jaar buitenshuis te hebben gewoond was dat toch een enorme aanpassing voor beide partijen.

Naast mijn ouders woonde mijn zusje er met haar man en twee kinderen (in afwachting van de verbouwing van hun huis), mijn broertje en een Roemeen. Ja, mijn ouders hadden en hebben een groot hart en gelukkig ook een groot aantal kamers. En daar kwam ik dan tussen; zelfstandigheid gewend, eigenwijs en half depressief. Nee, het was geen makkelijke tijd.

De eed

Maar daar was dan die dag: 20 december 2007. Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. Veel gehaast om op tijd te komen, helaas een eigenschap waar ik vijf jaar later nog mee worstel. Toen we in Leiden aan kwamen, gingen we haastig op zoek naar de locatie en een parkeerplek. Het was in het Poortgebouw. Daar aangekomen werden we, de examen-kandidaten, naar een kamer begeleid, waar we te horen kregen hoe de beëdiging in zijn werk zou gaan.

Artseneed (KNMG 2003)

“Ik zweer/beloof dat ik de geneeskunst zo goed als ik kan zal uitoefenen ten dienste van mijn medemens. Ik zal zorgen voor zieken, gezondheid bevorderen en lijden verlichten.


Ik stel het belang van de patiënt voorop en eerbiedig zijn opvattingen. Ik zal aan de patiënt geen schade doen. Ik luister en zal hem goed inlichten. Ik zal geheim houden wat mij is toevertrouwd.

Ik zal de geneeskundige kennis van mijzelf en anderen bevorderen. Ik erken de grenzen van mijn mogelijkheden. Ik zal mij open en toetsbaar opstellen, en ik ken mijn verantwoordelijkheid voor de samenleving. Ik zal de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de gezondheidszorg bevorderen.

Ik maak geen misbruik van mijn medische kennis, ook niet onder druk. Ik zal zo het beroep van arts in ere houden.

Zo waarlijk helpe mij God almachtig

of

Dat beloof ik.”

Dit is de gemoderniseerde versie, waarmee abortus en euthanasie gepleegd kan worden. In de originele eed van Hippocrates was dit absoluut uitgesloten. Ik dacht dat we de eed uit ons hoofd moesten opdreunen. Dus ik had hem braaf van buiten geleerd. In het kamertje werd duidelijk dat dit niet had gehoeven. De eed werd door de voorzitter voorgelezen en wij moesten om de beurt zeggen: “Dat beloof ik.” En de echte die-hards (of gelovig opgevoeden, zoals ik zelf), die mochten het zweren: “Zo waarlijk helpe mij God almachtig.” Een krabbeltje hier en een fotootje daar en dat was het: IK WAS ARTS!

En toen?

Het papiertje had ik binnen. Nu moest ik nog een baan vinden. Ik wilde destijds gynaecoloog worden, maar ik was toen zo gestresst en depressief dat ik dat idee na 1 bibber-stotter-bijna-in-tranen-uitbarsten sollicitatiegesprek maar heb laten varen. Ik hield mezelf voor dat het toch niet zo leuk was om gynaecoloog te zijn. Altijd maar diensten, drukdrukdruk, niet te combineren met een gezin en problematische bevallingen. Uiteindelijk ben ik dat ook gaan geloven. Een gezin was op dat moment verre toekomst, ik zat bij mijn ouders. Ik had geen idee wat ik wilde doen, maar 1 ding was zeker: ik word geen huisarts! Als je mijn verhaaltje hebt gelezen, zul je wel begrijpen dat de dingen iets anders zijn gelopen…

In het ziekenhuis werken wilde ik niet, het verpleeghuis zag ik ook niet zitten. Voor de psychiatrie zag ik veel vacatures, maar ook daar had ik weinig mee, tot mijn oog viel op een vacature binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie. Dat ging ‘em worden en zo geschiedde het. Begin februari 2008 begon ik aan mijn eerste artsenbaan.

Na regen komt zonneschijn!

Precies een maand na het behalen van mijn artsenbul ontmoette ik Erwin op de digitale snelweg. Wie zegt dat internet alleen maar slecht is? Na 6 weken waren we verloofd en 9 maanden later vierden we onze honeymoon in Egypte. We kregen twee zoons en leefden nog lang en gelukkig. Ja, zo kan het leven lopen. Mij zul je niet horen klagen. Ik doe overigens wel vaker iets waarvan ik heb gezegd dat ik dat noooooit zou doen. Toen ik mijn ouderlijk huis verliet om mij in Leiden te vestigen, zei ik dat ik nooit terug naar Eindhoven zou keren. Heel gek, hoe de dingen kunnen lopen.

Huisarts

Ineens was ik verloofd en werd een gezin een reële mogelijkheid. Toen ging ik bedenken welk artsenbestaan daar het beste bij paste. Ik wilde iets doen waarbij ik alles kon doen; een band opbouwen met mensen, een beetje chirurg zijn, een beetje dermatoloog, een beetje internist, een beetje psycholoog, een beetje van alles. Er was en is maar 1 beroep waarin alles samen komt: huisarts.

Veel mensen zien de huisarts slechts als degene die verwijst naar de specialist en bij wie je recepten kunt halen. Wat bijna niemand zich realiseert is dat een huisarts slechts 10% van de patiënten die zich melden verwijst. De overige 90% behandelt de huisarts zelf. Dit is geen pleidooi voor het specialisme huisartsgeneeskunde – of misschien wel een beetje – want een specialisme is het zeker. Specialisten in het ziekenhuis vinden het een moedige keuze om huisarts te willen worden, ze noemen het erg moeilijk; je moet te veel weten van te veel en je middelen zijn te beperkt. “Mij niet gezien”, zegt een ziekenhuis-specialist. “Mij wel gezien”, zei ik. En in september 2009 begon ik aan de huisartsopleiding.

Toch geen huisarts

Ik had een stageplek ergens ver weg, Panningen, vlakbij Venlo. Het was een mooie, nieuwe groepspraktijk. Ze hebben daar hun eigen taaltje. Dat was wel even wennen. Al snel leerde ik spreekuur draaien, visites rijden en dingetjes wegsnijden (wat ik het leukste vond van alles). Ik maakte toetsen en kreeg beoordelingen. Ik zag hoe enthousiast mijn groepsgenoten waren en bemerkte dat dit enthousiasme bij mij ontbrak. Ik ging twijfelen aan mijn keuze. “Is dit het nou?” was een gedachte die steeds vaker door mijn hoofd ging. Gelukkig diende zoon nummer 2 zich aan, wat mij een half jaar rust gaf. Nou ja, rust… Rust van de opleiding in ieder geval. In deze rust ontdekte ik wat men “alternatieve geneeskunde” noemt.

Als je mij vijf jaar geleden had gezegd dat ik dit zou typen om op mijn blog over voeding en beweging te plaatsen, had ik je keihard uitgelachen. Ik en alternatieve geneeskunde, echt niet! Ik ben niet zo zweverig. Wat was ik toen onwetend…

Alternatieve geneeskunde

Er bestaat geen alternatieve geneeskunde. Er bestaat alleen geneeskunde, of beter gezegd, geneeskunst. Dit staat er in de Wet BIG:

In deze wet en de daarop berustende bepalingen worden onder handelingen op het gebied van de geneeskunst verstaan:

Alle verrichtingen – het onderzoeken en het geven van raad daaronder begrepen -, rechtstreeks betrekking hebbende op een persoon en ertoe strekkende hem van een ziekte te genezen, hem voor het ontstaan van een ziekte te behoeden of zijn gezondheidstoestand te beoordelen, dan wel verloskundige bijstand te verlenen;

Over hoe je dat doet, zegt deze wet helemaal niets. Deze wet geldt voor arts, tandarts, apotheker, gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut, fysiotherapeut, verloskundige, verpleegkundige.

Natuurlijk zijn er helaas mensen die er een zootje van maken, maar mijn punt is dat alternatieve geneeskunde voor de wet niet bestaat en voor mij ook niet.

Maar na 6 maanden zwangerschapsverlof moest ik weer terug naar de huisartsopleiding. Een opleiding die niks had met “alternatieve geneeskunde”, het zelfs eerder ontraadde. Maanden ging ik naar mijn werk met de gedachte: “Het is maar voor even, dan ben je klaar. Nog maar 1,5 jaar, nog maar een jaar, nog maar 10 maanden, dan ben je huisarts.” Maar die 10 maanden voelden als 10 jaar. Ik werd er ziek van, depressief, geïrriteerd, ik kon niet meer, ik moest stoppen. Dat was februari van dit jaar.

Lifestyle Arts

Mijn wereld stond op zijn kop. Ik had geen baan en geen plan. Dat is een slecht uitgangspunt, kan ik je zeggen. Maar toen kwam Natura Foundation op mijn pad en al gauw wist ik het, ik wil alles doen, alles zijn: personal trainer, psycholoog, internist, natuurarts, chirurg, dermatoloog, voedingsdeskundige, diëtist, immunoloog, endocrinoloog, orthomoleculair arts, socioloog, neuroloog, huisarts. Kort samengevat: integrale huisartsgeneeskunde. Maar dat is eigenlijk ook niet allesomvattend. Vandaar dat ik mijzelf lifestyle-arts noem. En daar zijn we nu, vijf jaar verder; met een grote passie voor gezondheid en een boodschap om te delen.

Ware gezondheid begint van binnen.

4 Comments

  • Ruth Cicilia

    27 december 2012

    haaaaa I'm so proud of you schat, darling

  • Mayke Teurlings

    29 december 2012

    Wat een mooi verhaal, fijn dat je zo open bent over jezelf, keep up the good work 🙂