Quitters never win

And winners never quit

Vandaag is het filosofische vrijdag. Mijn favoriete uitspraak is ‘ware gezondheid begint van binnen’. Dit gaat verder dan gezond eten en leven en op die manier ook echt gezond worden. Ware gezondheid begint in je hoofd, in je gedachten. Je bent niet alleen het resultaat van wat je eet en wat je voorouders gegeten hebt. Je bent in eerste instantie het resultaat van wat je denkt.

‘A man is but the product of his thoughts. What he thinks, he becomes.’ – Mahatma Gandhi

Vol bewondering kijk ik hoe Nicolai (zoonlief nummer 2) iedere dag weer iets nieuws leert of iets uitdagends (lees: gevaarlijks!) onderneemt. Laatst waren we op vakantie en op de camping was een speeltuin met speeltoestellen (wipkippen, glijbaan, springkussen etc.). Hij is een jongen van 1,5 jaar en het is wetenschappelijk bewezen dat deze peuterpubergroep altijd voor de grootste uitdaging gaat. Zo was er een wipkip, die eigenlijk te hoog voor hem was om er zelf op te klimmen. Iedere keer als we daar waren, was hij minutenlang bezig met proberen op die wipkip te komen. Ik (op dat moment niet stilstaand bij wat er hier voor wonderlijk proces plaatsvond) vond het op een gegeven moment zielig. Dan ging ik naar hem toe en zette ik hem op de wipkip. Hij keek me dan aan, bewoog dat ding twee keer heen en weer en sprong er weer vanaf om vervolgens weer te proberen er zelf op te klimmen. Na hem twee keer geholpen te hebben besloot ik gewoon naar hem te gaan kijken. Wat deed hij allemaal?

Hij begon aan de rechterkant, deed één been op de wipkip en dan probeerde hij zichzelf omhoog te trekken, terwijl hij met zijn andere voet een plek zocht om zich af te zetten. Na een paar keer zonder succes proberen ging hij naar de linkerkant en deed daar precies hetzelfde. Toen ook dat niet lukte, kwam hij terug naar de rechterkant en probeerde hij er eerst met zijn buik op te klimmen. Maar ook dat lukte niet. Wat deed hij? Precies, hij ging het aan de linkerkant proberen! Helaas lukte het daar ook niet. Liep hij toen weg en gaf hij het op? Nee, hij begon weer van voor af aan. Wat was uiteindelijk het resultaat? Hij zat bovenop de wipkip, helemaal zelf en trots dat hij was! Van blijdschap ging hij er zelfs op staan, breed glimlachend, alsof hij zojuist de top van de Mount Everest had bereikt. ‘Yes I have conquered the wipkip!’ En in de weken dat we daar waren, bleef hij steeds op die wipkip klimmen, steeds sneller en behendiger. Heeft dit hele leerproces hem veel tijd gekost? Ja, tijd die hij ook had kunnen gebruiken om lekker op de andere speeltoestellen te spelen. Was het pijnlijk? Ja, hij is een paar keer gevallen. Maar hij moest en hij zou die wipkip zelf beklimmen. Bloed, zweet en tranen heeft het gekost, maar hij had weer wat geleerd, een les voor het leven.

Zo was er dus ook een glijbaan in die speeltuin, weer een nieuwe uitdaging. Het ding was veel te hoog voor hem, eigenlijk geschikt voor kinderen vanaf 3 jaar. Maar het is een grote jongen, dus ik liet hem zijn gang gaan. En natuurlijk viel hij van de ladder, meer dan eens (maak je geen zorgen, hij liep alleen wat schrammetjes op zijn benen op). Werd hij bang voor de grote, gemene glijbaan? Nee, hij ging er keer op keer op. Waarom? Het plezier van naar beneden glijden was voor hem groter dan de moeite die het kostte om boven te komen.

 

Een simpele les

Deze twee voorbeelden daar kunnen we als volwassenen zoveel van leren: Quitters never win and winners never quit. Ergens in onze weg naar volwassenheid hebben we geleerd op te geven. Als het een volwassene (niet iedereen is zo, maar de gemiddelde volwassene wel) was die die wipkip had moeten beklimmen, had hij het links en rechts een paar keer geprobeerd en tenslotte gedacht: ‘Nou, van die kant heb ik het al geprobeerd en daar ook en op die manier ook en het lukt niet, laat maar, ik kan dit gewoon niet.’ Komt dat je bekend voor? Vast wel! Ik heb mijzelf ook op die gedachte betrapt. Wanneer hebben we geleerd op te geven? Wie heeft ons geleerd op te geven? Opgeven is toch niet de weg naar succes? Waarom doen we het dan toch? Was het een ouder die zei: ‘Laat toch, dat kun jij niet’? Was het een leraar op school die zei dat je niet slim genoeg was? Was het een vriend of collega die zei dat je niet snel, niet dun, niet (vul maar in) genoeg was? Hoe jonger jij was en hoe belangrijker de persoon was die dit tegen je heeft gezegd, hoe groter de kans dat je dit hebt geaccepteerd als waarheid.

Ik had Nicolai steeds kunnen helpen om op die wipkip te komen. Dan had hij het nooit zelf geleerd. Maar dat doe je niet met een kind. Een kind moet tenslotte van alles leren. Ik had ook naar hem toe kunnen gaan en kunnen zeggen dat hij hier nog te klein voor was en dat hij dat niet kon. Wat zou dan het resultaat zijn geweest? Waarschijnlijk niet veel, want het is een volhardend klein mannetje. Maar stel, ik zou dit keer op keer tegen hem zeggen, wat zou er dan gebeuren? Hij is jong en ik ben op dit moment de belangrijkste persoon in zijn leven. Hij zou het gaan geloven, het zou zijn waarheid worden: ik kan dit niet…

Maar, nogmaals, meestal doe je dit niet met een kind, hoewel ik zeker weet dat er ouders zullen zijn die dit herkennen. Nog een ander voorbeeld (ja, ik heb er heel veel, want onze twee zoons zitten allebei in de ‘zelluf doen-fase’). Oudste zoon Jairomir (3 jaar) en zijn ei. Hij houdt van eieren eten, gekookt, gebakken het maakt hem niet uit. Laatst hadden we gekookte eieren en ik begon voor hem te pellen. Het duurde niet lang voor hij zei: ‘Dat kan ik zellufff!’ Hij had nog nooit een ei gepeld, maar ik liet hem zijn gang gaan. Terwijl hij bezig was, had ik al drie eieren gepeld en hadden wij ze opgegeten. Hij zag ons lekker eten en bij hem ging het niet bepaald snel, maar gaf hij het ei terug aan mij, zodat ik het kon pellen? Nee natuurlijk niet! Hij heeft het helemaal zelf gedaan en liet het ei trots aan mij zien, toen hij klaar was.

Heb je ooit een moeder/vader met een spartelend, huilend kind de winkel uit zien lopen? Dat was ik, haha! Wat is daaraan vooraf gegaan? Het kind zag iets wat hij wilde hebben. Het mocht niet. Het kind vroeg het nog een keer en nog een keer en nog een keer en nog een keer en nog een keer en nog een keer en nog een keer tot… Hij krijgt wat hij wil!! Of niet dus en dan volgt er een wanhoopspoging met op de grond liggen huilen en spartelen. En dan zie je dus uiteindelijk een moeder/vader met een spartelend, huilend kind de winkel uit lopen.

Back to us

Waarom gaan we wel met (onze) kinderen zo om, maar niet met onszelf? Waarom geven we onszelf niet de kans om iets te leren? Waarom gaan we niet net zo lang door tot we bereikt hebben wat we willen bereiken? Waarom stoppen we met vragen? Waarom jagen we onze dromen niet na? Waarom geven we op?

Toen ik een klein meisje was, een jaar of 8 denk ik, had ik mij voorgenomen om dokter te worden. Ik had geen idee wat het allemaal inhield, maar dat was mijn droom. Toen mijn moeder mij ging aanmelden voor de havo/vwo-brugklas, vroeg de onderbouwbaas of ze het wel zeker wist, of ik misschien niet beter eerst mavo/havo kon proberen (niet om op te scheppen, maar ik had op 1 punt na de hoogste CITO-score, dus wat zeurde hij). Mijn moeder heeft er voor gezorgd dat ik toch naar havo/vwo mocht en de eerste drie jaren gymnasium gingen vrij simpel, maar vanaf jaar 4 kostte het me steeds meer moeite. Om dokter te worden moest ik natuurkunde, scheikunde en biologie in mijn pakket hebben. Om eerlijk te zijn, ik bakte er niks van! Ergens in de loop van het vierde jaar begonnen mijn cijfers lager te worden voor deze vakken. De leraar zei dat ik het ‘gewoon niet zo goed kon’. En ik geloofde hem, helaas. Mijn cijfers werden lager en lager en uiteindelijk zei hij tegen mij en mijn moeder dat het misschien tijd was om een andere studie te kiezen en die exacte vakken te laten vallen. Maar ik moest en ik zou dokter worden. Ik heb uren en uren gestudeerd, ben nachten op gebleven, heb gebeden en gesmeekt en gehoopt met maar één doel voor ogen: ik word dokter. En zo geschiedde het dat ik netjes mijn vwo-diploma haalde en in één keer werd ingeloot en mijn studie zonder vertraging heb doorlopen. Ik was dokter! De droom die ik als klein meisje had, was uitgekomen. Hoe? Focus, volharding, vastberadenheid en absolute overtuiging dat het me zou lukken.

Wat zijn de dingen die jij opgegeven hebt? Wat zijn de gedachten die jij hebt die je tegen houden? Ik ben te oud, te jong? Ik ben te dik, te dun? Ik ben niet slim genoeg? Ik heb geen diploma? Etcetera?

‘Whether you think you can or you can’t, you’re right’ – Henry Ford

Hoe onze hersenen werken

Onze hersenen bepalen niet alleen hoe we ons bewegen en voelen e.d. Ze zijn niet alleen een verzamelplaats voor herinneringen. Onze hersenen doen zo ontzettend veel meer. Als je bovenstaande overtuigen hebt of jezelf deze dingen afvraagt, gaan je hersenen aan de slag. Jij zegt: ‘Jeetje, waarom lukt dit me niet?’ Jouw hersenen gaan dan op zoek in jouw herinneringen om de vraag die je jezelf gesteld hebt te beantwoorden en komen dan met antwoorden als: weet je nog wat er gebeurde toen je 10 was, toen lukte het ook niet of die keer op de verjaardag van die en die toen ging het ook mis en toen je 21 was, toen ging het ook niet goed. Jij denkt dan: ‘Zie je wel, al die keren is het me ook al niet gelukt. Dus nu zal het me ook wel niet lukken.’ En je geeft het op.

Dit werkt in het negatieve, maar ook in het positieve. Stel je hebt een succes geboekt in het leven, je bent bijvoorbeeld eindelijk die laatste vijf kilo’s afgevallen. Als je jezelf dan vraagt: ‘Goh, dit is me gelukt. Hoe komt dat?’, dan gaan je hersenen ook weer aan het werk. Dan vinden ze positieve antwoorden: weet je nog toen je die taart liet staan, knap hè of die ochtend dat het regende en dat je tóch je rondje ging lopen en die keer dat je broek van je billen afzakte, omdat je aardig wat was afgevallen, weet je nog toen je 8 was en dat je je toen ook ergens met succes voor in had gezet of toen je die prijs had gewoon? Etcetera etcetera. Wat gebeurt er dan? Je krijgt diep van binnen het gevoel dat je het kunt, natuurlijk kun je het, die andere keren ging het ook goed.

Van welke antwoorden van je hersenen raak je gemotiveerd? De laatste mag ik hopen. Dus let op wat je jezelf vraagt. Stel je jezelf positieve vragen, dan krijg je motiverende antwoorden. Maar stel je jezelf negatieve vragen, dan raak je door je eigen gedachten alleen maar dieper in de put. In plaats van ‘waarom kan ik dit niet?’ stel je jezelf de vraag ‘hoe kan ik ervoor zorgen dat dit lukt?’ Je hersenen gaan op zoek en geven je de antwoorden.

Kom in actie!

Bedenk iets wat je altijd hebt gewild en schrijf dat op. Wat is iets kleins wat je nu zou kunnen doen om dat doel te bereiken? Doe het! En stel jezelf vervolgens iedere dag de vraag hoe je dat zou kunnen bereiken. Maak het echt. Zit, adem en denk er goed over na. Dag in, dag uit. Je hersenen zullen met de antwoorden komen. Ze moeten wel, ze kunnen niet anders. Neem die eerste stap vandaag nog.

Ik hoor graag hoe jij erover denkt en wat je ervan vindt. Je kunt hieronder een reactie plaatsen.

Het leven is er om van te genieten!

Dus wees als een peuter, never quit, never give up!

 

Terug naar boven

Comments are closed.